Calls: Send in your ideas. Deadline December 1st, 2021.

Digitaal onderwijs moet los van big tech

Kabinet moet 1% extra budget investeren in open source-technologie om leerlingen te beschermen

Amsterdam, 11 maart 2021

Scholen en onderwijsinstellingen die Google-software als Gmail, Google Classroom en Google Docs gebruiken nemen grote privacy- en veiligheidsrisico's. Dat concluderen onderwijsministers Van Engelshoven en Slob na recent onderzoek. Rijksambtenaren mogen vooralsnog geen gebruik maken van deze Google-diensten in afwachting van onderzoek door de Autoriteit Persoonsgegevens. Verschillende scholen en onderwijsinstellingen gebruikten deze software tot nu toe, en een actieve ingreep op korte termijn lijkt daarmee noodzakelijk.

In de komende kabinetsperiode zal volgens de huidige plannen voor tenminste 8,5 miljard extra geïnvesteerd worden in het onderwijs, onder meer voor het repareren van de schade door de pandemie. Een deel daarvan (tenminste 1%) moet volgens stichting NLnet geoormerkt worden om de regie over ICT in het onderwijs te herpakken en situaties als met Google in de toekomst structureel te voorkomen. De vraag is niet alleen of we afhankelijk moeten blijven van goedkope dan wel 'gratis' diensten van grote buitenlandse tech-bedrijven met een bedrijfsmodel dat niet in dienst staat van ons onderwijs. Als dergelijke bedrijven in eigen land boetes van meer dan 100 miljoen krijgen voor de privacyschending van kinderen, betekent dat ook iets voor Nederlandse scholen en onderwijsinstellingen die dezelfde software en diensten gebruiken.

De privacyrisico's van dergelijke online diensten zijn zelfs een kwestie van concrete fysieke veiligheid voor leerlingen. Een veilige leeromgeving is misschien wel het allerbelangrijkste waar scholen garant voor moeten staan, stelt Michiel Leenaars, strategisch directeur van stichting NLnet. Wat gebeurt er precies met een kritisch en misschien zelfs wel emotioneel werkstuk over bijvoorbeeld de "Black Lives Matter"-beweging of de rellen rondom het Amerikaanse Capitool en de rol van ex-president Donald Trump? Vergelijkbare vragen kunnen gesteld worden over de inhoud van een vertrouwelijk gesprek tussen een ouder en een mentor via Microsoft Teams, wanneer er gevoelige persoonlijke informatie over de psychische gesteldheid van een kind wordt uitgewisseld.

Het is ronduit problematisch dat dergelijke persoonlijke en politieke informatie — met de dwang van de school (via de Onderwijswet) — buiten de veilige muren van de school komt, en dat zelfs juridisch niet kan worden uitgesloten dat het terecht komt in de Verenigde Staten. Door essentiële publieke diensten goedkoop uit te besteden brengen we onze eigen toekomst en die van onze kinderen in gevaar, benadrukt Leenaars. In 2013 onthulde NSA-medewerker en klokkenluider Edward Snowden een tot dan toe geheim programma ("PRISM") waarmee in de VS gevestigde bedrijven grote hoeveelheden gebruikersdata moesten vrijgeven aan de Amerikaanse geheime diensten. Onder de betreffende leveranciers die gedwongen werden om data af te geven bevonden zich Google en Microsoft, en de Amerikaanse wetgeving die hen daartoe dwong is nog steeds actief. Voor consumentendiensten staat het eenieder vrij om op eigen verantwoordelijkheid alsnog met een dergelijk bedrijf in zee te gaan, maar met publieke diensten als onderwijs is die keuzevrijheid er niet. We moeten niet naïef denken dat bezwerende juridische afspraken afdoende zijn om dit heel concrete en heel urgente veiligheidsprobleem echt op te lossen. Daar is de situatie te ernstig en riskant voor. De stichting wijst erop dat gebruiksgegevens uit Nederlandse scholen en kinderkamers - van jongeren in hun formatieve jaren - decennialang een eigen leven kunnen leiden zonder dat iemand het weet, laat staan dat we er controle over hebben. Dat levert het angstbeeld van een schaduwdossier dat nooit weggaat en op ieder moment tegen je toekomstige zelf gebruikt kan worden. Dat heeft niet alleen een 'chilling effect' op onze samenleving en remt onze persoonlijke vrijheid en groei, maar kan leiden tot bijvoorbeeld chantage van onze leiders van overmorgen - met alles wat ermee samenhangt (zoals corruptie).

Scholen riskeren schadeclaims

Het is begrijpelijk dat scholen vooral kijken naar het nieuwe kabinet voor duurzame oplossingen voor dit veelomvattende probleem. Ondertussen hebben scholen die op dit moment nog afhankelijk zijn van deze en vergelijkbare cloud-oplossingen (denk ook aan Zoom, Microsoft, Facebook en Whatsapp) niet alleen een ethisch probleem, maar staan ze zelf ook voor een concrete juridische uitdaging — in de vorm van toekomstige schadeclaims.

Scholen zijn namelijk wettelijk volledig verantwoordelijk voor de diensten waar ze leerlingen gebruik van laten maken, zonder dat ze daarbij terug kunnen vallen op wat anderen daarover beweren. Ouders en leerlingen kunnen in principe op grond van zowel de AVG en de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie een schadeclaim indienen. Hierbij zijn lopende rechtszaken zoals die van The Privacy Collective tegen twee andere grote Amerikaanse techbedrijven een goede indicatie. Daarbij worden bedragen in de ordegrootte van 500 euro per betrokkene gevorderd per betrokken dienst. Wanneer scholen leerlingen verplichten met cloud-diensten te werken, zijn de scholen verantwoordelijk - en dus ook degene die als eerste de portemonnee zullen moeten trekken. Of scholen die enorme kostenpost weer op de betreffende techbedrijven zullen kunnen verhalen is maar de vraag - die bedrijven hebben vrijwel onbeperkte juridische hulp tot hun beschikking.

Omschakelen naar open source-technologie

Het publieke signaal van de ministers is niet mis te verstaan in zijn impact, omdat scholen straks in de rechtzaal niet meer plausibel kunnen verdedigen dat er niets aan de hand was. Het is daarom aan schoolleiders om (samen met leerkrachten, leerlingen, het maatschappelijk middenveld en het Nederlandse bedrijfsleven) zich te heroriënteren, en vervolgens (zo snel mogelijk) over te stappen op betrouwbare alternatieve software die de geschetste problemen niet kent. "Het is begrijpelijk dat er toen de Corona-crisis zich aandiende er snel gehandeld moest worden en sommige scholen achteraf verkeerde keuzes maakten", stelt Leenaars. "Maar het is moeilijk verteerbaar dat er al die tijd geen vooruitziend beleid is opgezet, en dat nu een jaar later nog steeds door de Nederlandse overheid achterover wordt geleund - in plaats van dat wordt gewerkt aan veilige alternatieven die gebaseerd zijn op privacy by design". NLnet roept daarom het nieuwe kabinet op om tenminste 1% van haar extra investeringen in het onderwijs beschikbaar te maken voor het doorontwikkelen van open source-technologie ten dienste van het onderwijs.


Achtergrondinformatie

Veel technologie die op dit moment in scholen wordt gebruikt, wordt geleverd als kant-en-klare dienst. Maar buiten de bekende dienstverleners bestaat er een heel gamma aan transparante en privacy-vriendelijke apps, tools en cloudoplossingen. Technologie die niet uit is op gebruikersdata, die betrouwbaar is en die u kunt aanpassen naar eigen wens. Oftewel, open source: software (en hardware) die gebruikers vrij kunnen bestuderen, aanpassen, verbeteren, verspreiden en verkopen. Geen benauwende contracten, geen geheime dataverzameling of afleidende reclame. Technologie die alleen werkt zoals de gebruiker het inzet.

Ethisch verantwoorde 'quick fix'

Om scholen en onderwijsinstellingen te helpen digitaal les te geven op een ethisch verantwoorde manier, vindt u hier een handig overzicht van laagdrempelige, gratis te gebruiken en betrouwbare open source tools die leerkrachten en leerlingen nu kunnen gebruiken. NLnet steunt verschillende van deze tools en projecten, waaronder Sylk Client, Cryptpad, Nextcloud, Big Blue Button en Jitsi Meet als onderdeel van het Next Generation Internet, een initiatief van de Europese Commissie om het internet meer open, betrouwbaar en privacy-vriendelijk te maken.

Stichting NLnet stond in de jaren tachtig aan de wieg van de eerste openbare internetaansluiting buiten Amerika, en ondersteunt als filantropische instelling al meer dan twintig jaar open source-software en open hardware met donaties aan talloze projecten om bij te dragen aan een open informatiesamenleving, ook in het onderwijs.

Procesinrichting

Als u een betrouwbaar alternatief zoekt voor Google Workspace om uw processen in te richten, kijk dan eens naar Corteza. Corteza is een open source digitale werkplaats, waar u zonder veel technische kennis processen kunt definiëren en herinrichten. Scholen kunnen zelf een ouderportaal samenstellen, de voortgang van leerlingen bijhouden en roosters plannen.

Online lesgeven

Jitsi Meet vereist eveneens geen account of inlog: geef uw conferentie een naam naar keuze, deel de link en u kunt beginnen. Tijdens het videobellen kunt u ook Youtube-video's laten zien of de les opnemen.

Sylk helpt gebruikers videobellen zonder inloggen of accounts. Ga naar Sylk en geef uw videoconferentie een naam (klas 3c, groep 1), deel de link met uw leerlingen en u kunt aan de slag. Sylk biedt ook chat tijdens het lesgeven, gebruikers kunnen bestanden versturen en hun scherm delen.

BigBlueButton is een videoconferentietool gemaakt voor online lesgeven. Leerlingen kunnen tijdens het videobellen stemmen, samen op een whiteboard tekenen en in aparte groepjes werken. Spreed is een gebruiksvriendelijke open source videoconferentietool die goed integreert met de open source cloud-oplossing Nextcloud. In plaats van deze gratis beschikbare servers van derden kunnen scholen en onderwijsinstellingen deze diensten ook op hun eigen computers draaien, zoals bijvoorbeeld de TU Delft doet met BigBlueButton.

Samenwerken, discussie en vraag/antwoord

Samen online werken aan teksten, presentaties, vragenlijsten en whiteboards kan met de volgende open source-alternatieven:

Discourse is een open source tool om met elkaar te discussiëren en antwoord te geven op vragen. Leerlingen met een slechte verbinding kunnen ook via email deelnemen.

Een andere uitstekende forumtoepassing is Flarum dat ook goed werkt met tablets en mobiele telefoons.XWiki is een uitgebreide organisatie-wiki met veel mogelijkheden om met een groep aan een werkstuk of onderzoek te werken.

LibreOffice Online biedt scholen alles wat ze gewend zijn van office suites: u kunt tekst verwerken, spreadsheets opzetten, diagrammen maken en nog veel meer.

OnlyOffice biedt zowel online als offline documenten waar leerkrachten en leerlingen in kunnen werken, teksten kunt delen en berichten kunt uitwisselen. OX Documents en andere toepassingen van OpenXChange zijn een interessant alternatief voor online office-omgevingen om samen documenten te maken en bestanden te delen.

En nog veel, veel meer

Uiteraard zijn er nog veel meer handige, privacy-vriendelijke open source alternatieve oplossingen die scholen en onderwijsinstellingen verantwoord kunnen gebruiken. Met Peertube kunnen leerkrachten hun videomateriaal bijvoorbeeld zelf online zetten. Nextcloud helpt scholen om een eigen cloud in te richten. Zowel Peertube als Nextcloud kan op lokale computers of servers werken. Zo kunnen leerlingen en leerkrachten thuis gemakkelijk bij hun bestanden en filmpjes zonder persoonlijke gegevens en gevoelige informatie met andere partijen te hoeven delen.

Wireguard biedt een veilige manier om een virtueel privénetwerk, oftewel VPN, op te zetten waarmee gebruikers thuis veilig kunnen inloggen op schoolcomputers.

En mocht een school zonder internetverbinding komen te zetten, dan kan met Internet Cube een eigen lokaal netwerk opgezet worden om onderling bestanden te delen en mails te versturen.

Meer werk én meer digitale zelfstandigheid

Deze tools, apps en oplossingen vragen wat meer werk dan alleen een link aanklikken of een programma downloaden, maar bieden scholen wel de kans om op hun eigen voorwaarden meer verantwoorde technologie in de klas te gebruiken. Hopelijk geeft dit overzicht een inkijkje in ethisch verantwoorde technologie en helpen deze tools om makkelijk en privacy-vriendelijk digitaal les te geven.

Over NLnet

Logo NLnet: tekstlogo met vorm van vier aaneengesloten cirkels

Stichting NLnet legde in de jaren tachtig de basis voor het Nederlandse internet. De geschiedenis van NLnet gaat terug tot 1982 toen een groep Europeanen onder leiding van de latere NLnet-voorzitter Teus Hagen het Europese unix-netwerk EUnet aankondigde. Dat leidde tot het eerste publieke grootschalige computernetwerk in Europa, waarmee de basis werd gelegd voor de komst van het internet in Europa. De statutaire doelstelling van Stichting NLnet is "het bevorderen van elektronische informatie-uitwisseling en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn". NLnet werkt aan een duurzaam en open internet, waartoe jaarlijks een aantal strategische projecten en organisaties ondersteund worden.